AlgemeenPosted by Syntra1 Tue, September 29, 2009 11:52:11Luc Vansteenkiste, slachtoffer of schuldige?
BRUSSEL- Topindustrieel Luc Vansteenkiste verblijft nu al meer dan een
week achter tralies. Hij wordt ervan verdacht als lid van de raad van bestuur
van Fortis gevoelige informatie aangaande de nakende ontmanteling van het
bedrijf te hebben doorgespeeld. Naast de loutere schuldvraag rijzen nu ook bedenkingen
over de al dan niet geoorloofde toepassing van de (reeds verlengde) voorhechtenis.
De eerste
aantijgingen in deze zaak dateren al van 12 september. Vincent Doumier,
gedelegeerd bestuurder van La Compagnie du Bois Sauvage wordt aangehouden onder
verdenking van handel met voorkennis in aandelen. Het gerecht deelt niet veel
later mee dat Doumier tot bekentenissen is overgegaan. Een topman van Fortis
zou informatie hebben door gespeeld naar Bois Sauvage, waarop de Compagnie in
ijltempo haar aandelen van de hand deed.
Luc Vansteenkiste
zal deze plotse verkoop aanvankelijk afdoen als louter een normale
marktreactie, daar in deze dagen ook honderden anderen deze aandelen dumpten,
doch wordt goed een week later, op maandag 21 september zelf in verdenking
gesteld en in voorhechtenis geplaatst. Het gerecht meent concrete aanwijzingen
te bezitten als zou Vansteenkiste zelf, die zetelt in het bestuur van zowel
Fortis als Bois Sauvage, de bewuste
tipgever uit de Fortistop zijn. Aangezien er nog 2 andere sporen worden
onderzocht omtrent informatielekken in dit dossier, wordt Vansteenkiste in de
gevangenis geplaatst, om te verhinderen dat deze laatste afspraken zou gaan
maken met de bevriende zakenrelaties.
Dat men in deze
overgaat tot vrijheidsberoving heeft alles te maken met de aard en omvang van
diens zakenrelaties. Vansteenkiste bezit veel vrienden in hooggeplaatste
kringen, na een carrière waarin hij onder meer op aandringen van toenmalig
premier Verhofstadt voorzitter werd van de VBO (Verbond van Belgische
Ondernemingen). Het is echter binnen de zogenaamde “Latemse connectie” ofte de
“Vlerick-boys”- naar de gelijknamige gerenommeerde, doch in België aangebrande
managementschool – waar men zijn potentieel problematische connecties vindt. De
groep kenmerkt zich immers door een systematische kruisbestuiving binnen de
raden van bestuur van elk van de bedrijven die de groep onder zijn hoede heeft.
Ieder lid staat ook vaak borg voor de instandhouding van het machtsimperium van
elk van de andere leden. Zo werd Luc Vansteenkiste bij zijn overname van Recticel
financieel gesteund door de groep, en wanneer uiteindelijk een rampscenario
dreigde, was het Guy Paquot, sterke man binnen La Compagnie du Bois Sauvage,
die het vel van Vansteenkiste redde. Gevreesd wordt dat een wederzijdse
loyauteit nu een motivatie is geweest in het doorspelen van gevoelige
informatie.
Of die vrees
voldoende is om een (reeds verlengde) opsluiting te verantwoorden is echter de vraag die her
en der steeds luider geopperd wordt. Vooral het vermoeden van onschuld en de
voorwaarden tot voorhechtenis worden in deze onder de loep genomen.
Tegenstanders zien in de voorhechtenis vooral een gevaar op misbruik, meer
bepaald om bekentenissen af te dwingen. Vast staat echter dat het gerecht reeds
over voldoende motivering moet beschikken om tot deze actie over te gaan,
aangezien bij wet strenge voorwaarden zijn gesteld. Het gerecht beroept zich nu
op de geheimhouding van het onderzoek, waardoor pas later zal aan het licht
komen of Vansteenkiste slachtoffer, al dan niet schuldige blijkt te zijn.
Van kelecom Joris
Geraadpleegde bronnen:
http://www.vlerick.com/en/home.html
http://www.vbo-feb.be
www.recticelinsulation.com
www.marxists.org (Latemse connectie)
www.juridat.be (wet
voorhechtenis)
http://eur-lex.europa.eu (groenboek over het vermoeden van onschuld)
http://www.holding.fortis.com
http://www.agjpb.be/vvj/ (vermoeden van
onschuld)
http://www.pers-gerecht.be
www.steunpunt.be (rechtsgang)
http://www.vbo-feb.be
http://advocaat.dmenp.be/Default.aspx
(Orde Vlaamse Balies)
artikels uit:
De standaard
De Morgen
De Tijd
Trends (opgang,
bloei en verval van de Vlerick-boys, archief 25/01/2001)
Knack
Boek:
Strafrecht en strafvordering:
voorlopige hechtenis
Benoît
Dejemeppe & Dirk Merckx (!!!)
uitgeverij
kluwer, 2000
AlgemeenPosted by Syntra1 Tue, June 16, 2009 13:39:51De relatie bronnengeheim en gerecht heeft op zen zachtst uitgedrukt een
stormachtig verleden gekend. Verschillende malen stonden journalisten en
gerecht lijnrecht tegenover elkaar, met verhitte debatten tot gevolg. De
voorbeelden zijn legio, met als meest bekende Belgische case de zaak "De
stoete Oostendenoare" tegen journalist Douglas De Coninck. Het is
uiteraard de functie van het gerecht de waarheid te achterhalen. Deze functie
kunnen zij echter niet absoluut vervullen. Er zijn immers beperkingen waaraan
ook het gerecht zich dient te houden. De wet op de bronnenbescherming is zulke
beperking, en ondanks zijn schijnbaar logische belang, is deze pas zeer recent
ingevoerd.
Amper een paar jaar geleden verscheen zij
in het Belgisch Staatsblad, nadat zij eerder in 1996 internationaal werd erkend
door het Europees Hof te Straatsburg. Het Goodwin-arrest dat hierop betrekking
heeft stelt dat het bronnengeheim dient te worden beschermd in het kader van de
persvrijheid en enkel aan banden kan worden gelegd wanneer hogere
maatschappelijke belangen op het spel staan. Europees valt de bescherming van
het bronnengeheim onder artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van
de Mens, wat het belang onderstreept en bovendien bevat deze reeds richtlijnen
voor het opstellen van legitieme beperkingen op deze bescherming. Beperkingen
moeten in deze worden geëxpliciteerd en gespecificeerd, ze moeten een wettelijk
doel nastreven en ze moeten noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.
De ratificatie in België leidde
uiteindelijk in 2005 tot het opstellen van de "Wet op de
Bronnenbescherming". Na tal van conflicten in de rechtszaal werd in deze
wet de beperkingen gespecificeerd die het gerecht toelaten in bepaalde gevallen
de bescherming op te heffen. Artikel 4 van deze wet stelt dat
"de journalist enkel op vordering
van de rechter ertoe kan worden gedwongen de informatiebronnen bedoeld in
artikel 3 vrij te geven, indien die van aard zijn misdrijven te voorkomen
bedoeld in artikel 137 van het Strafwetboek of misdrijven waarbij de fysieke
integriteit van één of meerdere personen ernstig wordt bedreigd en indien
volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn: 1) de gevraagde info is cruciaal
voor het voorkomen van deze misdrijven; 2) de gevraagde info kan op geen enkele
andere wijze verkregen worden". Concreet betekent dit dat enkel indien een
persoonlijk levensbelang op het spel staat en het gerecht geen redelijk
alternatief heeft om de informatie te bekomen, zij gemachtigd is de bescherming
die de journalist ten opzicht van zijn bronnen geniet op te heffen. In 2006
werd deze wet bovendien uitgebreid ten voordele van ook de onbezoldigde
journalist.
Hoewel men redelijkerwijs het belang van
dergelijke bescherming kan inzien, probeert men hier en daar toch de wet te
omzeilen. Georganiseerde huiszoekingen om de beschermde informatie te bekomen
of het verder trachten uitputten van het niet absoluut karakter van de wet zijn
de vaakst gehanteerde methodes. In dit laatste geval kan men bijvoorbeeld
verwijzen naar de zaak "Luc Lamine", die de media betichtte zijn
persoonlijke integriteit in die mate te hebben verstoord dat een normaal leven
achteraf niet meer mogelijk was. In het debat dat volgde poneerde men de
stelling dat het mogelijk zou moeten zijn de beperkingen op de wet te voorzien
van een uitbreiding naar bedreiging van de persoonlijke integriteit. Naast de
fysieke integriteit van een persoon zou er dus een tweede gegronde reden
bestaan dewelke een opheffing van de bescherming legitimeert.
De vraag is nu of deze uitbreiding
wenselijk zou zijn. In de ogen van
journalisten uiteraard niet. Een persoon die de media beticht van laster en
eerroof kan zich immers verhalen op de uitgever, en het vrijgeven van bronnen
in deze zou weinig of niets aan de situatie veranderen. Anderzijds kan men
natuurlijk stellen dat op deze manier iedereen om het even wat kan gaan
rondstrooien, met potentieel verwoestende gevolgen voor een bepaald persoon, om
zich erna achter het bronnengeheim te verschuilen. Voor beide stellingen valt
uiteindelijk wel wat te zeggen. Doch dient men de belangen enigszins af te
wegen.
Normaliter volgen journalisten een
bepaalde deonthologische code en publiceren zij louter geverifieerde stukken.
De rioolpers niet te na gesproken zou dus niets mogen verschijnen wat niet
daadwerkelijk is gebeurd. Wanneer iemand dan iets mispeuterd heeft, moet hij
daar maar de gevolgen van dragen. Laster en eerroof die gegrond zou blijken,
kan mits het betalen van een schadevergoeding worden gecompenseerd, en de
desbetreffende journalist zal dan ook wel de rekening gepresenteerd krijgen. Op
dit vlak werkt de journalistiek zelfregulerend en lijken extra maatregelen
overbodig. Wanneer op basis van een slecht bedoelende bron een journalist in nauwe
schoentjes komt, zal deze trouwens misschien minder geneigd zijn om zijn bron
koste wat het kost te verdedigen. Een verdere uitbreiding naar beperkingen ten
opzichte van persoonlijke integriteit bieden in deze dan ook geen meerwaarde.
De mogelijk negatieve impact is dan veel groter. Vooral omdat het pas na het
proces duidelijk kan zijn of laster en eerroof al dan niet gegrond is, is het
belangrijk de bron tot deze tijd te kunnen beschermen. Zoniet valt men terug op
het pure klokkenluiderstatuut. In de vrees op represailles zal gevoelige
informatie dan veel minder snel de media bereiken, wat in ieder geval de
democratie niet ten goede komt.
Flagrante rioolpers, gericht op het
schaden van een persoon met foutieve informatie, kan en wordt ook op andere manieren
aan banden gelegd. Een bepaalde graad van bewijslast invoeren bij de uitgever
voor echt schadelijke informatie, andere dan de anonieme bron, of door
verificatie van een tweede anonieme bron kan een bijkomende maatregel zijn. In
de praktijk blijft de journalist en zijn bron beschermd, en ligt de
verantwoordelijkheid bij de uitgever die beslist wanneer tot publicatie wordt
overgegaan. Er zijn er natuurlijk die zouden zeggen dat dergelijke maatregelen
alleen al impliciet een beperking inhouden, daar ze ervoor zorgt dat minder
gevoelige stukken worden gepubliceerd. In deze hebben zij uiteraard gelijk,
doch is het misschien niet onverstandig een bepaalde geforceerde
verantwoordelijkheidszin voor uitgevers in voege te hebben. Op zijn
verantwoordelijkheid kunnen nog steeds schandalen gepubliceerd worden, doch zal
hij iets omzichtiger tewerk gaan en twee keer nadenken alvorens een potentieel
beschadigend stuk zonder meer op de mensen los te laten. Indien een persoon een
voldoende graad van mogelijk schadelijke gevolgen kan aantonen, is het immer
nogal logisch dat, indien dit gebaseerd blijkt te zijn op foutieve informatie,
het slachtoffer zich kan verhalen op de verantwoordelijke. Dit blijft dus in
deze nog steeds de uitgever. De journalist zal dan misschien nog weinig werk
voorgeschoteld krijgen, maar daar draagt hij dan ook de volle
verantwoordelijkheid voor.
De bescherming van het bronnengeheim is
ontegensprekelijk onontbeerlijk voor degelijke journalistiek. Voor minder
degelijke journalistiek kan het torenhoge schadevergoedingen achteraf
betekenen. Elk slachtoffer van deze minder fraaie journalistieke kant is er
misschien wel één te veel, doch hoeft de journalistiek in zijn geheel hiervoor
niet geslachtofferd te worden door de bescherming te gaan vernauwen. Een goede
garantie op persvrijheid impliceert de noodzaak deze zo min mogelijk te
beperken. De legitieme beperking die men reeds heeft ingelast was noodzakelijk,
en is duidelijk afgebakend. Een bron wordt enkel prijsgegeven indien men op
geen enkel andere manier een levensbedreigende situatie kan verhelpen. Hieruit
blijkt het ethisch gezien immense belang vooraleer de beperking kan gelden.
Daaraan kan zelfs de grootste bedreiging van de persoonlijke integriteit niet
voldoen.
De voordelen tegenover de nadelen van een
verdere uitholling van de wet tegenover elkaar afwegen geeft in ieder geval
aanleiding tot een interessant debat. Vooralsnog voldoen de argumenten om een
verdere uitholling te rechtvaardigen echter niet. Zolang dit het geval is en
men geen onomstotelijk bewijs kan aandragen voor het tegendeel, mag de wet dan
ook gerust onveranderd blijven. Het betreft immers één van de meest bejubelde
terzake in Europa. Iets om terecht trots op te zijn en blijvend te verdedigen.
Van Kelecom Joris
AlgemeenPosted by Syntra1 Tue, June 09, 2009 22:54:16GUERILLA IN DE
WETSTRAAT
01/06/2009
Wanneer de dag des oordeels nadert, in de vorm van verkiezingen,
blaffen politici doorgaans iets harder dan gewoonlijk. In zijn zucht de luidste
te zijn kwam N-VA voorzitter Bart de Wever tijdens het verkiezingsdebat gisterenavond
(Canvas, 20u20) opzetten met een
eenvoudige oplossing voor de reeds lang aanslepende communautaire kwestie; het categoriek verwerpen van elke Franstalige
eis om met een uitputtingsslag de eigen voorwaarden door te drukken. De vraag
is of de kiezer werkelijk gediend is met
dergelijke onconstructieve guerrillatactieken?
In de hele Belgische geschiedenis
bestaat geen thema dat de politieke debatten meer heeft gedomineerd dan de
communautaire kwestie. De politieke impasse waarin we ons heden ten dage
bevinden is de apotheose van de tegenstellingen die de Vlaamse en Waalse
gemeenschap sinds hun ontstaan recht tegenover elkaar plaatsen. De lijdensweg
die we kennen als B-H-V zadelt de huidige federale regering op met een quasi
onmogelijk lijkende taak deze tegenstellingen te verzoenen. De trage
vooruitgang in dit dossier is dé uitgelezen schietschijf voor de oppositie, die
met het ter plaatse trappelen van de regering zijn falen tracht te illustreren.
Het luidste protest kan men horen in de separatistische contreien van de N-VA.
Het is dan ook zeer opmerkelijk dat de hekelaars van het non-beleid op de
proppen komen met een voorstel dat dergelijk beleid tot het uiterste zou
drijven. “Een uitputtingsslag met dezelfde middelen die de Franstaligen tegen
onze voorstellen gebruiken”, zo luidt de retoriek van de voorzitter.
Nu heeft De Wever een punt
wanneer hij VB-kopman Filip De Winter onfatsoenlijke stigmatisatie van een
bevolkingsgroep verwijt in zijn discours omtrent vreemdelingen, maar hij maakt
zich vervolgens schuldig aan diezelfde methodiek wanneer hij onrechtstreeks
stelt dat met de Waalse zijde niet te onderhandelen valt. Constructief kan men
zijn oplossing allerminst noemen, en bovendien is de kiezer er niet mee gediend
de politiek te zien vervallen in een ordinair kat en muis spelletje. De Winter
wenst een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, De Wever stelt daar een
langzaam verval tegenover van de wederzijdse betrekkingen, met – zo zal de
separatist in hem hopen – uiteindelijk hetzelfde resultaat. Het zal iedere
Vlaming wel duidelijk zijn dat de kwestie opgelost dient te raken. Op welke
manier men dit wenst te bereiken ligt in handen van de kiezer. Gelooft men nog
steeds in dialoog, of heeft men zin in een aanslepende politieke oorlog met
onze anderstalige landgenoten? Op 7 juni roken we de vredespijp, of worden de
messen wederom geslepen…
Van Kelecom Joris
AlgemeenPosted by Syntra1 Tue, June 09, 2009 22:52:31Weekendbijlage De Morgen
TURIJN IN JE
ACHTERTUIN
BRUSSEL – Wie dezer dagen een
wereldbefaamde kunstcollectie wenst te aanschouwen, doet er goed aan ergens
tussen 20/02 en 25/05 eens binnen te wandelen in Het Paleis voor Schone
Kunsten. Heden ten dage loopt daar immers de tentoonstelling “Da Van Dijck a
Bellotto”, met kunstwerken van Vlaamse en Italiaanse meesters.
Het Koninklijk Palijs te Turijn staat momenteel in de steigers om in
2011, bij de 150e verjaardag van de Italiaanse eenmaking, de
nationale musea van de stad te huisvesten. Dankzij deze werken krijgt onze
hoofdstad de unieke kans de historische
collectie van de Galleria Sabauda tentoon te stellen. Het betreft hier de
collectie van het “Huis van Savoye”, hetgeen meesterwerken uit de 15e
tot de 18e eeuw herbergt en voorts de dominante kunststromingen uit
deze periode weergeeft. Maniëristische, classicistische, caravaggistische en
barokke werken komen aan bod, alsook de artistieke uitwisseling tussen Vlaamse
en Italiaanse meesters. Dit alles te bezichtigen in een chronologisch en
thematisch opgebouwd geheel, waarin grote namen als Pieter Brueghel
de Oude, Pieter Paul Rubens, Antoon van Dyck, Andrea Mantegna, Orazio
Gentileschi en Bernardo Bellotto de revue passeren. Het museum pakt ook uit met vier nooit eerder in België vertoonde
schilderijen van Rubens, vier waardevolle Brusselse wandtapijten en verluchte
manuscripten van de Koninklijke Bibliotheek.
Huis van Savoye
Het uitbouwen van een grootse kunstcollectie was slechts één
van de technieken die de adellijke familie van Savoye hanteerde om politieke
macht, invloed en status te verwerven. Aanvankelijk beheerde de familie enkel de
gelijknamige regio van Savoye, maar hun invloed breidde gestaag uit dankzij
slinkse politieke zetten en strategische huwelijken. Uiteindelijk werd ook hun
ultieme ambitie bewaarheid wanneer Victor Amedée II in 1713 de kroon van Sicilië en
later ook van Sardinië verwierf. De Italiaanse eenmaking is een feit wanneer
hertog Vittorio Emanuele II in 1861 de troon
bestijgt als eerste koning van Italië.
Het koninkrijk van
Savoye eindigde net na het einde van de tweede Wereldoorlog, met een referendum
waarin het Italiaanse volk de republiek als staatsvorm verkiest. Tijdens deze
lange regeerperiode bouwden zij gestaag aan een opzienbarende kunstcollectie en
om deze meer luister te geven deinsden zij er niet voor terug grote kunstenaars
naar Italië te halen. De erfenis die zij achterlaten in de vorm van de Galleria
Sabauda blijft daardoor ook vandaag één van de belangrijkste Europese
kunstcollecties. Wat betreft de Vlaamse schilderkunst uit deze periode is het
in ieder geval ondenkbaar het belang van deze collectie te onderschatten,
aangezien zowel Rubens als Van Dijck erin vertegenwoordigd zijn.
Pracht en praal
Dat het gaat om een
grote collectie – in getale en aanzien – wordt meteen duidelijk na een eerste
aanblik van de bombastische zalen. De meestal grote werken staan opgesteld in
grote ruimtes, waar aankleding en belichting een minimale rol vervullen. De
hoofdrol ligt hier overduidelijk weggelegd voor de schilderijen zelf, die als
het ware in een one-man show staan te glunderen. Wie op zoek is naar verhaal en
betekenis in een intiem kader is hopeloos aan het verkeerde adres. Tijdens het
laveren tussen de meesterwerken door wordt je geen moment rust gegund. De (niet
overbodige) audiotape sleurt je van meesterwerk naar meesterwerk, met tussenin
andere meesterwerken, en deze laat je maar beter niet aan je voorbij gaan.
Althans, zo doet de indruk vermoeden.
Zaal
na zaal lijken eindeloos gevuld, en er worden best enkele uren vrijgemaakt om
deze door te komen. Zo niet zou men wel eens een unieke kans laten liggen om
dat schilderij van die schilder te missen. Op zijn minst voor een aantal
schilderijen is dit zeker en vast terecht. Prachtige werken zoals het portret van Johannes de Doper van Guido
Reni en “zicht op Turijn vanuit de Koninklijke tuin” van Bellotto blazen je
achterover en blijven op je netvlies gebrand nog lang na het verlaten van de
tentoonstelling.
Ook minder bekende werken zadelen je met dit zelfde gevoel op en de
neutrale toeschouwer kan niet anders dan verwonderd zijn door de schoonheid die
sommige van deze werken in zich herbergen.
Tussen verering en
afkeer
Maar lang niet alle werken uit de collectie bezitten deze
graad van verfijndheid en door de overvloedige keuze aan werken ziet men al
snel door de bomen het bos niet meer. Men kan zich dan beperken tot wat de
audiotape je voorschotelt als zijnde de moeite waard, of afgaan op de
gerenommeerde namen die je hebt onthouden vanuit je schooltijd. Hierin schuilt
het onvermijdbare risico unieke pareltjes te missen, op deze uitzonderlijk unieke
gelegenheid. De andere mogelijkheid is
dan weer alles proberen in je op te nemen en uit te pluizen. Dit brengt dan
weer de nodige dosis fysieke en mentale vermoeidheid met zich mee en tevens het
geleidelijke concentratieverlies naarmate de zalen vorderen.
Als bezoeker hoef je hier ook geen leidend handje te
verwachten. Je wordt er pardoes in gedropt en het is aan jou om keuzes te maken
en er je weg in te vinden.
De thematische indeling van de zalen naar periode en
kunststroming is handig en duidelijk. Overal krijg je randuitleg te verwerken,
wat het geheel toch iets makkelijker maakt te plaatsen binnen de persoonlijke
beleving. Voorts is er echter bitter weinig rekening gehouden met de
toeschouwer. Dat de werken voor zich spreken is één zaak (en geen onterechte), maar
een combinatie met een aangename sfeer hoeft zeker geen overbodige luxe te
zijn. Het weerhoudt de bezoeker er immers van snel andere oorden te willen gaan
opzoeken om het onbehaaglijk gevoel te ontvluchten, hetgeen hier in de praktijk
soms af te lezen viel van de gezichten van sommige passanten.
De hinderlijke verlichting draagt daar ook zijn steentje voor
bij. Meerdere malen moet men zich in een welbepaalde hoek stellen om toch maar
die linkerbovenhoek van een prachtig schilderij te kunnen ontwaren, of een
anders onleesbare tekst te ontcijferen. Op deze manieren de werken onrecht
aandoen lijkt mij nochtans makkelijk vermijdbaar...
Slechts in één enkele zaal is het iet
of wat gezellig vertoeven, en dat is niet toevallig de zaal waar goede
belichting noodzakelijk is, nl. de zaal waar de manuscripten liggen opgesteld. Daar
kan men in alle rust de werken gadeslaan, en bijkomend voordeel van de
gecentreerde verlichting is dat andere bezoekers meteen minder opvallen. Een
heel ander gevoel dan in de andere zalen, waar de horde medebezoekers je
constant van je sokken dreigt te lopen.
Dit laatste is uiteraard echter een
kenmerk van elk groot museum met een grote (in alle betekenissen van het woord)
collectie. En net dat maakt dat men de ongenoegen snel vergeet. De frustratie
van een slecht verlicht werkt verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer onmiddellijk
erna de aanblik van Gentileschi’s meesterwerk “anunciatie” je
gezichtsveld kruist, met zijn schouwspel van wonderbaarlijke lichtspel en
prachtig glooiende stoffen. De opstelling in de zaal van de stillevens mag dan
nog zo chaotische zijn, wanneer je er de bloemen haast kan ruiken en de
verrotte heerlijkheid van Jan Davidsz de Heem’s fruit je opvalt, is die
zoektocht nimmer voor niets geweest. Vergelijken, bestuderen, overpeinzen,… Het
zijn mentale processen die je ongewild en onverwijld bezig blijven houden in
deze wervelwind van meesterwerken.
De fysieke of emotionele ongemakken ten spijt, ze zijn van
vervagende aard, en wat ’s anderdaags rest is het gevoel van toch maar lekker
alles van op de eerste rij hebben mogen aanschouwen. Geen mens die dat
ongevoelig laat.
Citytrip Turijn
Toegegeven, het is een harde noot om te kraken, deze massale
tentoonstelling, maar eens gekraakt zal je er als liefhebber ongetwijfeld met
plezier van smullen. Mensen die afkerig staan tegenover een ongenuanceerde staaltje
bombarderie van kunst blijven beter thuis. Verwacht hier geen minutieus
verhaaltje en met grote zorg gekozen setting. Verwacht nog minder een in
gezellige sfeer gedompelde intieme ervaring. Stel je echter zo veel mogelijk open
voor wat hetgeen deze tentoonstelling is en ook wil zijn, en dat is niets
minder dan een unieke, verschillende meesterwerken omvattende collectie en
bovendien spaart het je een citytrip Turijn uit om ze te bezichtigen.
Van borststuk, tot manuscript, tot schilderij en wandtapijt,
het Paleis der Schone Kunsten huisvest gedurende drie maanden een belangrijk
deel van ons en Europa’s cultureel erfgoed. Als het de straatstenen koud laat,
dan toch zeker een welbepaald type kunstliefhebber niet. Indien u zichzelf tot
het type kunstliefhebber rekent die geschiedenis en cultuur (en geschiedenis
van cultuur) hoog in het vaandel draagt, dan heeft u ongetwijfeld geen recensie
nodig gehad om u zich naar daar te haasten. Voor ieder ander kunstgezind
persoon die er aan zou twijfelen: de meesters zijn in het land, ga en vergaap u
aan hun penseelstreken.
Van Kelecom Joris
AlgemeenPosted by Syntra1 Wed, March 11, 2009 22:26:39MANWIJF TEGEN WIL EN DANK
Alleen als de omstandigheden er mij toe dwingen, ben ik geneigd om achter het stuur van mijn 13 jaar oude aftandse Fiat Punto te kruipen. Daar zijn drie gegronde redenen voor. Ten eerste tracht ik nog meer slijtage te voorkomen, ten tweede gaat er af en toe een rood alarmlichtje branden wanneer de motor te warm wordt en tenslotte werkt de verwarming enkel nog op momenten dat ik aan een snelheid van 120 km/u over de autosnelweg snor, en dit gedurende ongeveer 10 minuten. Net lang genoeg om me te laten proeven van de warmte, die me dan meedogenloos weer wordt ontnomen.
Maar laat ik een lang verhaal kort maken. Drie weken geleden dus hang ik over de motor van mijn berucht Italiaans blauw ros. Met mijn rechterhand rukkend aan het rubberen stop van mijn oliereservoir, met mijn linkerhand klaar om 1 liter nieuwe motorolie in dat verdomde nog steeds afgesloten oliereservoir te gieten. Na 20 minuten prutsen met een schroevendraaier, waarmee ik druppelsgewijs de dop naar boven kan bewegen, kan ik opgelucht ademhalen. De dop is eraf ! De olie erin gooien gaat gelukkig een stuk makkelijker.
Net op dat moment, maar eigenlijk ook net te laat, rijdt een onbekende allochtone man voorbij, me verbaasd aanstarend vanachter zijn stuur. Twee seconden later komt hij achterwaarts terug aangereden en biedt me als autotechnieker vriendelijk zijn hulp aan. Ik bedank hem even voornaam, waarop hij me zijn grootste bewondering uit ... "je ziet namelijk zelden of nooit een dame haar motorkap openmaken en haar olie verversen, tjonge !". De man rijdt door, breed glimlachend en een blik vol ongeloof.
Zo ook enkele jaren geleden, bokste ik een soort keukenmeubel in mekaar. Ik had gedurende drie weken het model bestudeerd en berekend en ben er ook drie weken aan bezig geweest om het in mekaar te krijgen, helemaal alleen. Ik weigerde alle hulp en zou de klus koste wat kost alleen klaren. En inderdaad, toen ik eindelijk als kers op de taart het zelfgemaakte aanrecht op het onderstel monteerde, kreeg ik bezoek van een loodgieter die het toilet kwam repareren. Ik zat bovenop het aanrecht, met mijn elektrische wipzaag en met gemak (oefening baart kunst), de laatste hand te leggen aan mijn werk. De man kon zijn verbazing niet verbergen, bedacht menig excuus om van het toilet naar zijn bestelwagen te kunnen lopen om zo het spektakel in zich op te nemen. Hij had blijkbaar nog nooit een vrouw met een wipzaag gezien. Naast verbazing zag ik angst. Angst voor het onbekende, alsof ik hem zo meteen zou aanvallen met dat ding dat eigenlijk voor mannen is bestemd. Alsof ik elk moment zou ontploffen als een te snel bereide, ondoordachte, oppervlakkige molotovcoctail. De oerknal !
Een molotovcoctail. Zo kan je een alleenstaande vrouw met kinderen wel noemen. Een "gevaarlijke" mix van te weinig vrouwelijke en teveel mannelijke energie. Alhoewel ongevraagd, een noodzakelijk kwaad om het gewicht van een niet-alledaagse gezinsstructuur te kunnen dragen.
Sinds ik met niemand de lakens meer deel, betrap ik mezelf wel vaker op machogedachten. Welke wagen zal ik volgend jaar kopen ? Kies ik voor die minibestelwagenachtige familiewagen of ga ik voor een sportiever model ? Welke richting geef ik voor de resterende 25 jaar aan mijn carrière ? Geen haar op mijn hoofd dat er zelfs nog aan denkt om financieel afhankelijk te zijn van een man. Als het dan al door mijn gedachten dwaalt, lijkt het een compleet irreële gedachte, een illusie, aangepord door mijn dagelijkse realiteit.
Kortom, mijn Jungiaans "animus" begint het stilaan te winnen van mijn vrouwelijkheid, het altruïsme dat daar mee samenhangt wordt genekt en het ontbreekt me compleet aan verleidingszin en aan in te vullen noden. Het zal ook wel de leeftijd zijn, alhoewel ik vermoed eerder de omstandigheden waarin ik ouder word. Het sluipt langzaam mijn leven binnen, maar ik vrees één ding, ik word een manwijf, tegen wil en dank.
Sandra Van Campenhout
AlgemeenPosted by Syntra1 Mon, February 23, 2009 23:46:36REVOLUTIONARY ROAD (Sam Mendes)
Ik kan me niet ontdoen van de indruk dat dit een zeer geslaagde prent is. Een verhaal dat zich situeert in de jaren '50 ergens in Noord-Amerika, land van "Hope and Glory". De mooi aandoende wijk waarin het hoopvolle koppel April (Kate Winslet) en Frank (L. Di Caprio) Wheeler zich vestigt, staat in schril contrast met de crisis waar ze als jonge dertigers door moeten. Vooral bij April sijpelt met rasse schreden het besef door dat haar leven een wending neemt die ze helemaal niet had voorzien, laat staan had gewenst. Het leven wordt er samen met haar dromen, als het ware uit haar geperst. Vooral wanneer ze haar man Frank 's ochtends keer op keer ziet vertrekken naar zijn kantoorjob. De monotonie en saaiheid van de wijk en daarbuiten slaan vrij wild om zich heen. De maker weet hier fantastisch op in te spelen door een veelzeggende scene waarin overvloedig word gefocust op "maatpakmannen" met hoed die je letterlijk van de ene hoek van het scherm naar de andere ziet stromen. Het kon "1984" van Orson Welles wel zijn.
Frank grijpt naar buitenechtelijke affectie en vertier, terwijl bij April het idee rijpt om naar Parijs te verhuizen, op zoek naar avontuur en verandering.
Kortom, ze verliezen stilaan greep op hun dagelijks bestaan. Hun frustraties kunnen ze nog enkel op mekaar projecteren en de bijhorende wederzijdse klievende, alles verwoestende verwijten blijven niet uit.
Hoogtepunt van de film vind je terug in de ontbijtscene na een wel zeer heftige ruzie de avond voordien. Dit fragment wordt door beiden, vooral door Di Caprio ontzettend goed gebracht.
Het zou wat flauw zijn om nu alles te gaan vertellen. Eén ding kan ik alvast verklappen. Voor diegene die van goeie film houdt, is het een aanrader van jewelste.
Sandra Van Campenhout
AlgemeenPosted by Syntra1 Mon, February 09, 2009 16:27:09Geachte,
Na zovele mislukte pogingen van zovele kenners bent u er dan toch in geslaagd de al jaren aanslepende en verschrikkelijk ingewikkelde kwestie rond Israël en Palestina, én en passant alle gerelateerde problemen over de hele wereld, bondig en duidelijk samen te vatten; het is allemaal de schuld van de Islam!
Het argument van de Nobelprijs geeft ook meteen de reden van die schuld, het zijn namelijk onderontwikkelde en vechtlustige barbaren.
Sta me toe hier enkele minder eenzijdige kanttekeningen bij te plaatsen. Het feit dat de Nobelprijs een vooral westerse aangelegenheid is, lijkt me niet onbelangrijk. Veel van de Joodse winnaars zijn en waren bijvoorbeeld volwaardige Amerikaanse staatsburgers en communiceerden in de Engelse taal, hetgeen in ieder geval geen nadeel is in de internationale gemeenschap. U wil met deze opsomming uiteraard aantonen dat de Islam zich niet de moeite getroost om zich met hogere zaken als wetenschap en literatuur bezig te houden. In dat geval schiet uw bewijsvoering schromelijk te kort. U baseert zich namelijk op een Westerse inventaris, waarbij de weinige islamitische winnaars misschien wel bekender zijn in onze dan in de Arabische wereld. Een inventaris die daarbij slechts rekening houdt met de 20e eeuw en niet verder terugkijkt.
Tijdens een vrij lange periode waarin Europa ondergedompeld was in de donkere middeleeuwen en kreunde onder het schrikbewind van de katholieke kerk, scheen er één helder lichtpunt door tot in Spanje, het licht van de Islam, die in die eeuwen op gebied van beschaving, cultuur en wetenschap veel hoogstaander was dan de Westerse en daarbij van heel veel openheid getuigde. Alleen, toen bestond er nog geen Nobelprijs. Dat deze godsdienst vanaf de Reconquista steeds meer de rangen gesloten heeft, is een reflex uit zelfbehoud die je overal in de wereld en doorheen de geschiedenis kan terugvinden en geldt dus niet enkel voor de Islam. Je ziet deze reflex zelfs even sterk bij de Joodse gemeenschap, die nu ook niet meteen uitblinkt in openheid.
Het einde van uw brief, waarmee volgens u alles onomstotelijk bewezen wordt, is niet meer dan een boutade die duidelijk maakt dat al het voorgaande van mijn reactie zeer waarschijnlijk een vergeefse poging zal blijken tot een minder eenzijdig en extreem standpunt van uwentwege.
Met vriendelijke groeten,
Peter Thys
AlgemeenPosted by Syntra1 Tue, February 03, 2009 10:51:31Gisterenavond nog eens een ouderwets gezellig avondje bioscoopbezoek ingepland. Het was dan ook al enige tijd geleden dat een film dergelijke hoge verwachtingen opriep. Overigens steeds gevaarlijk, want de teleurstelling is dan nooit veraf…
Het dient gezegd, Slumdog Millionaire zal, ook voor mezelf, de annalen ingaan als één van de beste filmen van het afgelopen jaar. Anderhalf uur voortreffelijke cinema, van het beste dat er te zien valt. Het opgroeien in de sloppenwijk, het gedwongen bedelen, het overleven als straatjongen in de grootstad,… Het lelijke mooi in beeld gebracht, met lach en traan doorspekt. Prachtig, schitterend, superlatieven schieten te kort. Waarom het laatste halfuur dan deze intense indrukken diende uit te wissen met een Hollywoodiaans staaltje feel-good cinema blijft mij dan ook een raadsel. Toegegeven, de verfilming van een boek is aan regels gebonden, doch hadden ze er hier gerust eens in de positieve zin kunnen van afstappen. Voor mijn part mocht het hele Millionaire-gedeelte gerust achterwege worden gelaten, de flash-backs waren genoeg verhaal op zich. En zelfs beter… Tergend die laatste minuten film, met de zo totaal onverrassende laatste vraag die de eerste (zie begingeneriek) clichématig kracht diende bij te zetten, de protagonisten die zich uiteindelijk van hun beste kant laten zien, de allusies op fraude die plotsklaps verdwijnen,…
-All well that ends well-
Een knagend gevoel, na anderhalf uur verrassende cinema. Het sociaal geïnspireerde verhaal zo onderuit halen, mij kan het niet bekoren. De idee van de lotsbestemming is er één waar je een verhaal aan kunt ophangen, maar overdaad durft al eens schaden. Te veel van het goede met twee verhaallijnen die - het laatste half uur duidelijk - naar een happy end in die zin toewerken.
Wat herinnert de bioscoopbezoeker zich uiteindelijk? De schrijnende toestand waarin opgroeiende sloppenwijkjongeren verkeren, of hoe iemand door lotsbestemming alle vragen weet in een quiz en uiteindelijk zijn geliefde in de armen sluit? Of beter, wat zou hij zich moeten herinneren?
Al bij al, het moet nogmaals gezegd, een goede film. Het overdadige einde doet hem echter de duimen leggen voor parels als “Cidade de Deus”.
Ben ik een cynicus als ik dat een gemiste kans vind?
(Van Kelecom Joris)