Instituut voor Journalistiek - Syntra1

Instituut voor Journalistiek - Syntra1

VIJ - Syntra Journalistiek 1

Dit is de blog van de studenten Journalistiek 1.

Mijn thuis

Waar ik woonPosted by Syntra1 Thu, December 11, 2008 18:21:28

Mijn huis staat pal in een verstedelijkte buurt met een grote historische, economische waarde. Paarden, ossen en ooilammen prijken hoog en fier op de naambordjes. Maar hoe robuuster het dier, hoe dramatischer zijn ondergang. De Slachthuisstraat ligt namelijk gevaarlijk dichtbij en draagt nu nog steeds de sporen van zijn bloederig verleden. Gelukkig is er de schaduw van de oude abdij, waar paters vroeger een oogje in het zeil hielden bij al dat onbehouwen geweld, maar hun mals stukje rundvlees ongetwijfeld ook lieten sudderen in een plasje zelf gebrouwen abdijbier.

Het rundvlees is vandaag weliswaar vervangen door lamsvlees en de buurtwinkel is altijd open. Dankzij het einde van de vastenperiode afgelopen week verkoopt men er vandaag overgebleven zoetigheden en gebak. Jan Wolkers leeft! Maar geen spek voor mijn bek. Geef mij maar de geur van de ambachtelijke, onversneden kazen en broden iets verderop. Ik loop rechtdoor en bereik het water, meteen ook dé reden waarom dit mijn thuis is.

De rustieke visserssloepen, waaraan mijn buurt haar naam dankt, zijn vervangen door boten van een heel ander allooi: architecten tekenen je toekomstig huis, al dan niet waterpas, vanuit de kajuit van zo’n woonboot. Hip ongetwijfeld, maar veel vertrouwen geven ze me niet. Neen, dan kijk ik liever naar het werkvolk dat zich na een dag hard labeur nog eens afbeult met een toertje rond het water. Huisvrouwen, studenten en getrainde lopers, allemaal laveren ze tussen de aangeplante bomen, een strijd om de koppositie.

Ik laat ze lopen en maak me klaar voor het avondlijk tafereel dat me telkens ontroert: de samensmelting van de 2 stromen, symbool voor de culturen en mensen uit mijn buurt. De avondzon kleurt het water oranje en flitsen de stadslampen aan om dit alles nog meer in de verf te zetten. Alweer een geniaal idee van het bestuur. Opwaardering van de buurt noemt men dit, een truc om de hippe mensen aan te trekken die vertrouwen hebben in architecten in boten en willen meelopen in de omloop rond het water. Het kan toch niet dat het lamsvlees de enige geur is die hier hangt.

Ik geniet van het gratis klank - en lichtspel en laat het schip aanleggen. Ik ga naar huis, op zoek naar de warme vacht van mijn robuust dier.

Thomas Van de Velde

  • Comments(0)//syntra1.youngjournalists.com/#post21

Waar ik woon

Waar ik woonPosted by Syntra1 Mon, December 08, 2008 14:11:35

Jens Olsen - Waar ik woon

Een winkelcentrum in een dorp in het midden van Nederland, ten noorden van Utrecht. In de lift van de plaatselijke Albert Heijn staat een seniorenman met zijn vrouw. Zij staat met haar neus aan de deur die uitgang biedt op de ondergrondse parkeergarage. De schedel zichtbaar doorheen het witte haar. De rechterhand reikt naar de winkelkar die tegen haar billen duwt. Brood, prei, eieren. Speculaas met amandelen, kruidnoten –morgen vieren de kinderen Sint Maarten. Achter de kar: haar man. Krom gebogen, een donkerblauwe winterjas tot aan de hals dichtgeknoopt. Beide handen op de kar. Een metalen winkelkar. Nog niet zoals in het buurdorp, waar de vernieuwde AH de karretjes in afgerond babyblauw plastic heeft gestoken.

De stilte hangt tussen hun in. Zij. Het halfvol geladen karretje. Hij. Samen in het harde licht van de TL. “Zouden ze het voluit zeggen?”, denk ik. “Tube Luuminechjent?”

De liftdeur opent. Vrouw, kar en man naar buiten. Een adolescent leunt tegen een muur en spreekt tegen zijn mobieltje. “Ja joh,” zegt hij, “ze hebben daar echt vette dingen, echt relaxed. Hey gozer, ik zie je morgen! Top jongen!” Met een langgerekte doei beëindigt hij het gesprek.

Bilthoven, want zo heet dit dorp, is de plek waar ik niet wil wonen. Maar liefde dwingt je soms in de vreemdste posities, en zo woon ik deeltijds op deze zanderige gronden, tussen de naaldbomen. Het dorp heeft te weinig jeugd, te weinig goede cafés, te weinig leven op straat. Orde en netheid staan hoog in het vaandel geschreven, en van één ding hebben ze teveel: oudjes. Mijn vriendin deed onlangs navraag naar een cursus pottedraaien. “Jazeker,” was het antwoord, “kan je hier lekker doen hoor. Elke namiddag!” Als de ochtendkrant uitgelezen is en de kleinkinderen nog op school zitten, hebben de senioren tijd voor hun persoonlijke ontwikkeling.

En dan is het Sint Maarten. De kinderen mogen ook nog eens buiten, lampionnen in de hand. Telkens begeleid door twee volwassenen, uiteraard. Jonge kelen laten liederen uitzwermen over de wijken met hun voortuintjes en drie-onder-een-kap huizen. Of ze wat snoep mogen vandaag, morgen zullen ze wel naar de tandarts gaan. Ik graai naar zoetigheden en geef elk kind wat het wil. Een handvol, keurig in hun plastic zakjes gedropt. De begeleiders zuchten dat zóveel nu ook weer niet hoeft. Drie groepen passeren. Ik verbaas me er over als blijkt dat ze hier allemaal in de buurt wonen. Zat de gemeente niet als één man aan de pensioenkas?

Ik sluit de deur en laat nog wat snoep liggen. Wie weet heeft dit dorp nog meer verborgen jeugd.


Jens

  • Comments(0)//syntra1.youngjournalists.com/#post17

Waar ik woon

Waar ik woonPosted by Syntra1 Wed, December 03, 2008 16:44:53

Waar ik woon

Een werf zonder plafond, zonder verwarming, zonder living, met een halve keuken die onder een dikke laag stof ligt, met een slaapkamer die tegelijk dienst doet als miniwoonkamer en met een geïmproviseerd krap bureau; daar woon ik momenteel. Wat heeft me toch bezield om te verhuizen van een klein gezellig appartement in het centrum van Brussel naar deze werf in de rand van Gent?


Na jaren van verzet tegen het cliché van ‘settelen' en 'zichzelf vastzetten voor de rest van zijn leven’ is het eindelijk zover: ik ben mede-eigenaar van een onroerend goed. Vroeg of laat moest het er van komen; ik zag mezelf niet mijn hele leven lang te huren. Afhankelijk zijn van de grillen van een huisbaas; het kwam me de strot uit. Elke maand honderden euro's over de balk gooien zonder er ooit iets voor in de plaats te hebben; ik had er genoeg van. Dus ja, nu zit ik hier tussen afgekapte muren en stukken gyproc met drie dikke pulls aan, al blij dat ik na een maand terug een computer met internetverbinding heb.


Waarom doet een mens zoiets?

In mijn geval omwille van drie redenen. Eerst en vooral rust. Onnozel werd ik van de talloze sirenes die mijn appartement in de Dansaertstraat passeerden; opgefokt werd ik van mijn buurman die tot een stuk in de nacht met zijn coke-snuivende vriendjes Playstation speelde met de subwoofer van zijn 5.1 state-of-the-art home cinema set helemaal open. Gek werd ik van de autocarrousel voor onze deur; van de collectieve waanzin in de auto op zoek naar een parkeerplaats.

Ruimte miste ik, en licht, veel licht. Ik werd er depressief, op geen enkel moment van de dag scheen de zon er binnen. Claustrofobisch werd ik van de vijfenzestig vierkante meter ruimte die mijn vriendin en ik hadden om te eten, koken, slapen, wassen, vrijen, studeren, werken, relaxen. Je zou van minder de muren oplopen.


Nu ik in een werf woon die drie maal zo groot is als mijn appartement in Brussel en tweemaal zoveel licht binnentrekt en bovendien in een rustige zijstraat gelegen is, voel ik me beetje bij beetje terug op adem komen. Ook al zal mijn vrije tijd de volgende maanden hoofdzakelijk ingevuld worden met muren uitbreken, isolatie aanbrengen, gyproc plaatsen, elektriciens en loodgieters lastigvallen, offertes vergelijken, premies aanvragen, vloeren plaatsen, stof vreten, discussiëren over welke verf het best past bij die tegel; toch ben ik tevreden met waar ik woon. Of beter, met het vooruitzicht op het huis waarin ik zal wonen.

Geen tijd te verliezen, de gyproc panelen roepen me..

Ben De Kock

  • Comments(2)//syntra1.youngjournalists.com/#post16

Herentals

Waar ik woonPosted by Syntra1 Wed, November 26, 2008 17:45:00

Herentals. Een van die zovele kleine provinciestadjes dat zijn minderwaardigheidscomplex wil afgooien, maar in al zijn pogingen om dat te doen die status enkel bevestigt. Een voorbeeld. Bijna twee jaar geleden opende het nieuwe cultuurcentrum ‘Het Schaliken’ zijn deuren. Lovenswaardig, alleszins. Probleem is dat de programmering niet kan tippen aan die van de Warande in het naburige Turnhout. Niet erg, het is ook maar normaal dat je klein moet beginnen. Veelzeggender is echter het feit dat de plaatselijke toneelvereniging Theaterspektakel veel meer succes heeft met elke nieuwe platvloerse komedie over en voor de burgerij, met decors met weinig benijdenswaardige ‘Kotmadam’ allures. De pogingen van het cultuurcentrum en van het ‘alternatieve’ gezelschap Kreutzfeld, opgericht door enthousiaste jongeren die dat tikje meer willen brengen, zijn jammer genoeg parels voor de zwijnen.

Maar niet getreurd, de troeven van het slapende stadje bevinden zich niet op cultureel gebied. Zelfs binnen de stadskern vind je stukjes onversneden Kempens landschap. Weilandjes en silhouetten van boomkruinen worden tussen twee zomers in gehuld in een witgrijze mist, onttrokken aan de rivier de Nete die het hele plaatje welwillend doorkartelt. Het geeft het geheel op sommige dagen een ietwat mysterieus tintje. Die Nete bezorgt de mensen winter en zomer ontspanningsmogelijkheden. Wandelingen, afvaart met kano of kajak, vlottentochten, zelfs zwemmen. Op warme zomerdagen zoeken we graag de verborgen plekjes op, open velden, mountainbikeparcours in de bossen, vergeten vijvers die tussen bossen en autostrades verscholen liggen en waar je paradijselijke, zuiders aandoende strandjes kan vinden. Bezoekers uit de stad die even proeven van zo’n met een nostalgische waas overdekte indian summer geven dikwijls verbaasd toe dat ze niet wisten dat dit nog bestond in hun dichtbevolkte landje. Het doet inderdaad in zowel goede als slechte zin wat denken aan een oude, oervlaamse film.

In de donkere wintermaanden, wanneer er hier naar stadsnormen eigenlijk niks te ‘beleven’ valt (daar klagen we zelf ook graag over), bruist het (sociale) leven des te meer in dit slapende stadje. Een goed voorbeeld hiervan is de jaarlijkse kerstmarkt. In tegenstelling tot de ongegeneerd commerciële en onpersoonlijke markten in de grootsteden, vind je hier alle verenigingen uit de buurt die in plaats van kitscherige kerstversieringen vooral jenever, apart geurende warme choco, glühwein en aanverwanten aan de (bekende) man brengen. Immers, anoniem zijn kan niet in dit grote dorp. Daarvoor gaan we wel naar de stad.

Thys Peter

  • Comments(1)//syntra1.youngjournalists.com/#post12

Elingen

Waar ik woonPosted by Syntra1 Mon, November 24, 2008 20:20:07

Om en bij de tweehonderd, meer kunnen het er niet zijn. Het inwonertal van mijn dorp is dermate laag dat de vermelding ervan bij toehoorders reeds vele associaties oproept. Men kan er zich wat bij voorstellen, van het dorpje rond de kerktoren. Al de clichés die daarmee gepaard gaan worden in Elingen bewaarheid. De eenvoud van een boerengemeenschap ligt er vingerdik op en het landschap liegt er niet bepaald om. De tijd staat echter ook hier niet stil. Jongere generaties laten het boeren voor wat het is, en steeds meer huizen verschijnen op de weg die grote buren Lennik en Halle verbindt. Denken dat dit een impact heeft op het wel en wee binnen de gemeenschap gaat echter te ver. De boerderijen en alleenstaande huizen tussen akkers en graasweides worden nog steeds bewoond door een handjevol families die hier reeds generaties verblijven. Één ervan is de mijne. Meer dan de helft van mijn rechtstreekse bloedverwanten is gehuisvest in Elingen en bevindt zich binnen een straal van vijfhonderd meter van elkaar. Voor de andere families geldt zowat hetzelfde. Het schept een band, allemaal in hetzelfde schuitje, en dat al generaties lang. Hierin ligt allicht de verklaring voor het feit dat een gunst hier sneller gegeven is dan gevraagd en de motor die deze sociale cohesie nog steeds in stand houdt is het naamloze café van mijn grootouders. Het is één van de slechts twee handelszaken die het dorp rijk is, de andere is de kapperszaak iets verderop. In het café is er nog steeds geen tapkraan te bespeuren en een pintje kost er één euro en tien cent. Als kind was het mijn crèche, het cliënteel mijn speelkameraad en mijn grootouders de opzichters. Nog steeds dezelfde mensen doen er zich op zondag na de misviering te goed aan kaartspelen en toogpraat. Zij die er zijn bijgekomen zijn al lang geen toevallige passanten meer en iemand vinden die niet op de hoogte is van het reilen en zeilen van eender wie in deze kleine gemeenschap lijkt een onmogelijke opdracht. Wie er binnenkomt is er eigenlijk nooit weggeweest. Wanneer ik er nu een voet binnen zet ben ik nog steeds “Jefke” (naar mijn grootvader) die vroeger zo goed de automerken kende en zo graag boeken las. Vlak voor zijn dood schonk één van die vroegere klanten me een halve bibliotheek precies om die reden. Ondertussen ben ik ook wel al meer dan dat, je draagt er immers je hele levensgeschiedenis mee. Zo vergaat het eenieder in Elingen en zij die er hun thuis vinden leren daarmee leven. Tal van typisch Vlaamse boerentradities zijn onlosmakelijk met dat leven verbonden en van al die tradities is de jaarlijkse verdeling van het vlees het mooist. De familie komt dan samen om een koe en varken te slachten en versnijden, waarna het vlees wordt verdeeld onder de aanwezigen. Zeg nu zelf, zover reikt zelfs het grootste boerencliché niet en had ik er zelf geen deel van uitgemaakt had ik het allicht moeilijk gelooft, doch de echte Elingenaar kijkt er al lang niet meer van op. Alle tweehonderd, durf ik nogmaals schatten.



Van Kelecom Joris

  • Comments(2)//syntra1.youngjournalists.com/#post9

Zaventem

Waar ik woonPosted by Syntra1 Sat, November 08, 2008 20:43:39
De wind zit weer verkeerd en dus tast de geur van kerosine onze neushaartjes weer af.
Naar buiten dan maar waar het zicht op de blokken en bewoners ook niet je dat meer is. Vroeger speelden we nog op het pleintje, nu moet je oppassen om er niet op naalden te trappen. Het voetbalveld is ook al lang weg, ingepalmd door de kerosine-eigenaars. Gelukkig is er nog buurvrouw Roza, zij weet me tenminste te zeggen hoe laat ik gisteren ben thuis gekomen. Komt steeds van pas na het drinken van enkele Duvels. Buurman Tony valt ook nog mee, hij bezorgt me dagelijks een extra krant. Wat ik niet zo leuk vind aan buurman Tony zijn zijn duiven. Telkenmale ik mijn auto kuis en deze blinkt als een diamant, schijten zijn duiven erop. Zou ik ooit eens op Tony zijn…?
Buiten een terminale buur waar ik niet zoveel contact mee gehad heb en enkele Maroliens met een gehandicapte zoon stopt het hier. Wie er enkele huizen verder woont, weet ik niet. Ze hebben de huizen omgedoopt tot verblijfplaatsen van sociale gevallen maar sociaal zijn deze niet…
De enigen die nog wat voor commotie zorgen zijn onze Afrikaanse buren. Ik weet zelfs niet welke nationaliteit ze hebben maar ze feesten regelmatig.
Ik ben dan ook niet veel thuis. Sporten, naar de fotoclub, avondschool en af en toe wat wandelen in Vlaams-Brabant. Liefst waar er geen geur van kerosine is, ik geen gevaar loop op duivenstront en onverwachts een spuit met CERA krijg toegediend.
Ons park mag er eigenlijk best wezen: mooi heraangelegd met aandacht voor de geschiedenis, want wat doen anders die stenen bollen daar? De nieuwe fietsroute Dijleland passeert er ook. Toen ik de route de eerste maal deed, donderde ik bijna in de groene vijver. Blijkbaar is het groen een teken van gezond water maar het ziet er niet uit. In ieder geval is het beter dan die witte duivenstront van buurman Tony…

Rudy Engels

  • Comments(0)//syntra1.youngjournalists.com/#post6