Instituut voor Journalistiek - Syntra2

Instituut voor Journalistiek - Syntra2

VIJ - Syntra Journalistiek 2

Dit is de blog van de studenten journalistiek 2.

De toekomst van de media ligt in de selectie

AlgemeenPosted by Syntra2 Fri, February 27, 2009 01:06:56

Paperazzi’s die als wolven de beroemdheden najagen, de riooljournalistiek, waarvan voor vele lezers en ook reporters een duistere aantrekkingskracht uitgaat, de echte journalist spuugt erop. Als we het hebben over de teloorgang van de media gaat het ook over iets anders. De echte journalist is iemand die gebeten is door het verhaal achter het nieuws. Iemand voor wie louter feiten berichten en de laatste nieuwtjes meedelen, niet volstaat. De echte journalist brengt informatie, trends en evoluties. En daar knelt nu net het schoentje.

Zestig ontslagen bij Corelio (De Standaard), een kwart van de journalisten weg bij De Morgen (De Persgroep), de VRT moet het met 71,6 miljoen euro minder doen, Roularta bespaart 10 miljoen in zijn Franse afdeling. Harde cijfers. En naast die cijfers wordt ook nog het métier zelf aangevallen. En dat is geen recent gebeuren. Al in de jaren tachtig begon de verschuiving naar de commercialisering van de pers.

Meer en meer verschoof de nadruk van de onderzoeksjournalistiek naar de gezellige babbel. Bij de geschreven pers moesten de experts plaats ruimen voor reporters die algemeen inzetbaar zijn. Meer en meer werden ze een doorgeefluik dieniet langer in staat waren om de informatie die bij hen toekwam kritisch te analyseren. Nochtans is dit de basis van goede journalistiek. Dit erkenden ook de oprichters van Le Figaro, een van Frankrijks toonaangevende kranten, toen ze de naam en het motto van hun dagblad ontleenden aan De bruiloft van Figaro, een komedie van Pierre De Beaumarchais. Het motto Sans la liberté de blâmer, il n'est point d'éloge flatteur of Zonder de vrijheid te bekritiseren, heeft het geen zin te prijzen.

Langzaamaan echter heeft de audiovisuele media de geschreven pers verdrukt. En ook daar merken we dezelfde evolutie. Bij de VRT heeft Bert De Graeve in 1996 de budgetten van Panorama verminderd, en plaats gemaakt voor het praatcafé Terzake. Om beurten menen de doorgewinterde ondervragers hun gasten keer op keer te moeten onderbreken om ze, vaak met heel suggestieve vragen, gebalde uitspraken te ontlokken. Dit is geen kritische journalistiek. De personencultus deed z’n intrede. Politici stoorden zich niet aan deze evolutie. Zij slaagden erin via de televisie op eenvoudige manier een grote groep mensen/kiezers te bereiken. De boodschap werd secundair aan de persoon, en de overheid richtte al haar middelen op de audiovisuele media. Dit alles zette de geschreven pers nog meer onder druk. Het was alle hens aan dek, en de hoofdredacteur werd marketeer.

Een tweede evolutie die zich nu voordoet is de intrede van de online media. Journalisten worden geconfronteerd met de sms- en e-mailcultuur. Gedaan met enkele momenten reflectie over wat nu net geschreven is. Gewoon op het internet zetten die boel. Berichten worden steeds vaker overgenomen zonder dubbelchecken. Politieke filmpjes op youtube, nieuwssites en fora vormen soms aanleiding tot scheldtirades. “Loser content” heet zoiets, naar analogie aan de user generated content in de Web 2.0 structuur. Iedereen wordt journalist, en of een bericht al dan niet aanslaat heeft niet langer te maken met de waarde van de informatie, maar alles met het entertainment gehalte. Elke blogger die een minister tegenkomt op café heeft de kans even te kunnen genieten van Warhols 15 minuten roem. Het is dan ook niet verbazend dat journalisten zich laten verleiden tot het brengen van dergelijke verhalen. Hoe moeten ze anders de concurrentie aangaan met het internet?

Sommigen vragen zich al af of het internet wel geschikt is voor ernstige journalistiek.Dit is ongetwijfeld het geval. Het internet is één van de belangrijkste evoluties van de voorbije jaren. Een middel waarvan we het potentieel nog lang niet benutten. Het is bovenal een democratisch medium. Iedereen kan berichten plaatsen en iedereen heeft toegang tot de geposte berichten. Dit is dan ook de basis van nieuwssites zoals OhMyNews, die met dagelijks meer dan een miljoen lezers één van de belangrijkste informatiebronnen van Zuid-Korea is geworden. Hier in België is Indymedia.be begonnen met het uitdelen van perskaarten aan burgerjournalisten. De kloof tussen de artikels die geschreven worden door burgerjournalisten en artikels geschreven door beroepsjournalisten verkleint.

Meer dan ooit tevoren kunnen we onszelf omringen met die kennis die ons interesseert, met die informatie die we nodig hebben, met die weetjes die ons boeien. En juist daarin schuilt de uitdaging. Zoals Bas Heijne van het NRC Handelsblad het stelt: “De grootste clash vindt plaats tussen deskundigen en 'deskundigen', tussen cijfers en 'cijfers', tussen feiten en 'feiten'. Toen ik de Amerikaanse denker en overtuigd Darwinist Daniel C. Dennett een paar jaar geleden sprak, betrof zijn grootste angst niet de gelovigen die ervan overtuigd zijn dat Christus voor onze zonden is gestorven, maar de manier waarop kennis tegenwoordig gemakkelijk kan worden ondermijnd. “Waar haal je het nieuws vandaan? Van blogs? Van kranten? Van netwerken? Het verschil tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar nieuws wordt steeds moeilijker te onderscheiden. Censuur is er niet, maar er is wel een vloedgolf van verkeerde informatie. Neem mijn boek over ‘religie als een natuurlijk fenomeen’. Niemand zal erover piekeren dat te censureren. Mensen die het niet met mij eens zijn, hebben veel betere manieren om mij te bestrijden. Ze kunnen een vloedgolf van geruchten en foutieve informatie razendsnel de wereld rond laten gaan en mij en mijn boek verdacht maken. Daar valt weinig tegen te doen. Dat vind ik pas echt bedreigend.”

Waar moeten we dan heen? Een bijeenkomst van toplui uit de media met Kris Peeters leverde niets op. Het is ten zeerste de vraag of overheidshulp in het belang is van de journalisten en het publiek. Hoe moeten ze later nog kritiek leveren op hun donor? Nu al is de staat de grootste sponsor van de pers. Bovendien krijgen de media nog een reeks aan voordelen. Onder meer speciale posttarieven, btw-regelingen en speciale invoertarieven voor papier. Aan Vlaamse kant is er een initiatief zoals “Kranten in de klas”. Maar ook dat biedt geen afdoende oplossing. Eigenlijk zie ik geen echte oplossingen. Ons marktgebied is eenvoudigweg te klein voor echte onderzoeksjournalistiek. Hoe kan Trends (Roularta) dat samen met z’n Franstalige tegenhanger Tendences een oplage heeft van zo’n zestigduizend exemplaren concurreren met The Economist (The Economist Group) waarvan wekelijks één miljoen exemplaren over de toonbank gaan? In Vlaanderen slaagt enkel De Tijd (Mediafin) er nog in zich te onderscheiden van de massa. Vanaf mei dit jaar zullen ze dit overigens niet enkel inhoudelijk doen, maar ook in vorm door op zalmkleurig papier te gaan drukken.

De markt biedt echter ook opportuniteiten. Het laagdrempelige internet staat toe nichemarkten te bedienen. Het wordt mogelijk de vraag naar gespecialiseerde informatie te beantwoorden. Initaitieven zoals Mediplanet.be, een online medisch journaal, richten zich op heel specifieke doelgroepen die daar dan ook graag voor betalen. De explosie aan informatie op het internet creëert de noodzaak er mee te leren omgaan. Ook aan heel gespecialiseerde berichten is geen gebrek. De uitdaging van de toekomst ligt in de selectie.


Jelmen Haaze

  • Comments(0)//syntra2.youngjournalists.com/#post14

Reactie op een lezersbrief in Le Nouvel Obs.

AlgemeenPosted by Syntra2 Thu, January 22, 2009 13:52:32
"What really matters are human individuals, but I do not take this to mean that it is I who matter very much." The Open Society and its Enemies, Karl Popper


Heinrich Heine schreef in het Duits. Zijn oom zei nog: “Had die jongen iets geleerd, hij zou geen boeken moeten schrijven”. Maar de jongen zou een gevierd schrijver worden. En niet de minsten vonden in hem inspiratie. Toen Heinrich Heine zei dat godsdienst “spiritueel opium” is, gaf hij de voorzet aan Karl Marx die er “godsdienst is opium voor het volk” van maakte. Marx, nog een Jood, en ironisch genoeg ook een antisemiet. De Joden kennen er heel wat, zelfhatende Joden.

Vele tijdgenoten vonden het moeilijk te verkroppen dat een Jood zo’n perfect oor kon hebben voor de Duitse taal. Ze beschuldigden hem van “Joodse oppervlakkigheid” tegenover de Duitse diepgang. Later dreef zijn spookachtige aanwezigheid in het hart van de Duitse literatuur de nazi’s tot incoherente razernij en kinderachtig vandalisme.

Aan de vooravond van de tweede wereldoorlog verschenen boeken en pamfletten die aantoonden dat de Joden een belangrijke maatschappelijke bijdrage hebben geleverd. Ze verwezen naar schrijvers, wetenschappers en filosofen. Voor de nazi’s was het enkel het zoveelste bewijs dat de Joden te veel macht hadden. “Antisemitisme is het socialisme van de idioten” stelde Lenin. Het mocht niet baten.

Nu wordt de vergelijking gemaakt tussen Joden en moslims, vaak bijna gelijk gesteld aan Israël en Palestina. Sinds de tweede wereldoorlog is in de Arabische landen al heel wat geïnvesteerd in scholing, maar de groep mensen die uitgesloten blijft van onderwijs krimpt niet. Dit vooral door de bevolkingstoename. Maar niet enkel daarom is er nog veel werk aan de winkel. De laatste jaren kwam belangrijke kritiek op het educatief en democratisch deficit van binnenin de moslim gemeenschap. Niet in het minst werd het ontbreken van de vrouwenrechten genoemd. Dr. Kecia Ali, feministe en moslim geleerde aan de universiteit van Boston, stelt dat: “Hoewel bijna niemand slavernij als een instituut wil herinvoeren, het houden van slaven vorm gegeven heeft aan de contouren van het islamitisch ethisch en legaal denken in manieren die nog niet volledig erkend worden”. Ook het Arab Human Development Report geeft een duidelijke kritiek. De laatste duizend jaar zijn in heel de islamitische wereld in totaal niet meer boeken vertaald naar het Arabisch dan er in één jaar in Spanje vertaald worden naar het Spaans.

Desondanks is de islam niet altijd een ontolerante godsdienst geweest. Er was een tijd dat de Joden voor de katholieke inquisitie vluchtten naar de moslimlanden.

Wel dient er opgemerkt te worden dat men niet zomaar “moslims” en “Arabieren” synoniem mag stellen. Vraag maar aan de Perzen, de Turken of de bekeerde Westerlingen. De moslims zijn geen volk. De islam is een religie. Een filosofie. En de basis van onze democratie is dat elk idee ter discussie kan gesteld worden. Dit is trouwens ook de achillespees van de democratie: het is mogelijk dat een ontolerante politieke groepering een meerderheid verkrijgt. Aldus heft ze zichzelf op. Uiteraard mag, en moet de democratie zichzelf daar tegen beschermen. Democratie kan enkel bestaan zonder dogma’s. Democratie kan ook enkel bestaan met respect voor het volk. En ter zake zijn slechts de inwoners van Israël en Palestina stemgerechtigd. Gelukkig is er een meerderheid in beide landen voorstander van het vreedzaam samenleven van de twee landen. Ook de internationale gemeenschap erkent dit al als ze stelt dat Israël het recht heeft te bestaan binnen veilige grenzen, en dat de Palestijnen recht hebben op een eigen, levensvatbaar land.

Geen enkel volk of land kan echter als een monolithisch blok voorgesteld worden. Israël is een democratie, en de Joodse wereld is in haar geheel ook niet van zelfkritiek gespaard. Dit laatste kan elke gemeenschap overigens enkel vooruit helpen. Kritiek is de motor van de evolutie. Er zijn geen eenvoudige, eenduidige, eeuwige antwoorden. De waarheid bestaat niet, of is op zijn minst aan constante verandering onderhevig. Alle denkers en filosofieën die dit idee niet onderschrijven verdienen terecht oppositie. Het voortbestaan van hun gelijk is afhankelijk van het onwetend houden van de mensen. De christelijke traditie blijft niet van schuld gespaard. Of heeft Luther niet gezegd: “In al zij die vertrouwen hebben in Christus zal de rede vermoord worden, anders kan het geloof hen niet regeren, want rede strijdt met geloof”?

Heinrich Heine had gelijk. “Het bloemende vlees in de schilderijen van Titiaan – dat is allemaal protestantisme. De lenden van zijn Venus zijn een veel fundamenteler thesis dan deze die de Duitse monnik ophing aan de kerkdeur van Wittenberg.”


Jelmen Haaze

  • Comments(3)//syntra2.youngjournalists.com/#post11

Het is nooit een goede tijd voor dood, belastingen en crisis

AlgemeenPosted by Syntra2 Tue, December 16, 2008 04:55:09

Eind jaren ’90 heeft Clinton maatregelen getroffen om de armsten ook aan huizen te helpen. De sub-prime markt was een realiteit. Een lage intrest en hoge winstverwachtingen deden de rest. Ook de bouwindustrie sprong op de kar, tot plots het aanbod de vraag overschreed en de waarde van de huizen daalde. Mensen waren niet langer in staat hun leningen af te betalen.

De dalende curve van de recent geïntroduceerde ABX index werd een afgrond toen de U.S. Securities and Exchange Commission (SEC) de Uptick Rule afschafte. Dit laatste was de katalysator voor wat zou volgen.


Verscheidene investeringsbanken kwamen in de problemen in de zomer van 2007, met een dramatisch hoogtepunt op 9 augustus 2007. De ECB maakte voor het eerst sinds 11 september 2001 noodkapitaal beschikbaar. De rollercoaster was “wilder than before”, en analisten wijdden dit aan de shortsellers.

De wereld stevende af op een periode van “significant, multiple and coincident shocks”. Activist investors probeerden van de gelegenheid gebruik te maken en misbruikten het forum dat de (Amerikaanse) media hun boden om angst te creëren omtrent enkele aandelen. In België wordt nog weinig gezegd. Het voornaamste onderwerp in de Belgische media is BHV. De financiële crisis blijft beperkt tot de businesspagina’s.


Als dan uiteindelijk, op 15 september 2008, Lehman Brothers het faillissement aanvraagt is het hek van de dam. We zitten in een wereldweide crisis. Beurzen “kleuren bloedrood” en sluiten zelfs. Landen dreigen bankroet te gaan. Niemand weet nog uit te leggen wat er gebeurt. Ook de Belgische media niet.

De media durven steeds minder analyses te maken, te interpreteren laat staan koop/verkoopadvies te geven, en beperken zich tot verslaggeven. Ze beschrijven de gebeurtenissen en interviewen experts. Dit ondanks het grote belang van de feiten. Een houding die hun niet kwalijk kan genomen worden.

Naarmate men de controle verliest en de impact vergroot, verandert ook de benadering. De feiten zijn niet langer eenvoudigweg economisch. Er gebeurt een herkadering en het wordt een sociaal drama. Plots wordt de vraag: “Krijgen we dit jaar wel een kerstcadeau?”


In België beperken de media zich noodzakelijkerwijs tot het verslaan van nieuws-events. De trends en evoluties worden genegeerd. Gewoonweg niet genoeg personeel. De Engelstalige media slagen er wel in om trends te berichten. Alweer, niet omdat ze beter of slimmer zijn, gewoonweg omdat ze meer middelen hebben.

Het gebrek aan middelen in België heeft wel een concreet en heel direct gevolg. Ook hier blijkt dat de kloof tussen de Engels sprekenden en de mensen die enkel het Nederlands goed beheersen groter wordt. Als er niet meer geïnvesteerd wordt in de media blijven we genoodzaakt achter de feiten aan te hollen, of Engelstalige media te consulteren.

Jelmen Haaze

  • Comments(0)//syntra2.youngjournalists.com/#post9

Maak een onderscheid tussen volk en leiders

AlgemeenPosted by Syntra2 Fri, November 28, 2008 19:22:16

Reactie op het commentaarstuk van Bart Beirlant (De Standaard 28/11/2008)

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de "gewone moslim in de straat" en de leiders.
De haat/angst van religieuze fundamentalisten voor een liberale democratie leeft inderdaad (zie ook Pius XII). En de leiders, die zelf vaak westers geschoold zijn, spelen daarop in omdat het hun gemeenschap hechter maakt. Dat ze daartoe een gemeenschappelijke vijand moeten creëren stoort hen niet. Elke actie die een versterking van die polarisatie tot gevolg kan hebben speelt dan ook in hun kaart.

Een concreet voorbeeld vinden we bij Hamas leiders die hun kinderen naar Israëlische universiteiten sturen en tegelijk in de straten preken hoe corrupt de Israëlische (lees "Westerse") maatschappij is. De anti-westerse polemiek wordt verantwoord door constant te verwijzen naar de westerse media die meer en meer spreken over een "moslim terrorisme". Het wordt zelfbescherming tegen een radicaliserend westen. En als ultiem voorbeeld: "Kijk maar naar Irak en Afganistan". Op dat punt verschilt het weinig van het Westers (Amerikaans): "Kijk maar naar 9/11". Het gevolg is dat mensen zich opnieuw beginnen te identificeren met bepaalde super-groepen, en symbolen beginnen te dragen die hun affiliatie onderschrijven (hoofddoeken, kruistekens,...).

Het politiek-economisch motief voor deze aanpak is eenvoudigweg bescherming van de bestaande monopolies. Fatah weigert macht te delen met hun grootste concurrent Hamas, zo ook is de Palestine Development & Investment Company (PADECO) vaak beschuldigd van protectionisme. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor Egypte met de Muslim Brotherhood, voor Libanon met Hezbollah, enz.

Het is inderdaad zo dat na het omverwerpen van een regime er een periode van chaos volgt. In Europa hadden we een "donkere periode" na de val van het Romeinse Rijk en ook na de Franse revolutie duurde het een tijd vooraleer stabiliteit teruggevonden werd. Het Midden Oosten zit sinds de val van het Ottomaanse Rijk in 1922 in een dergelijke periode. Maar het is verkeerd het Midden Oosten als onstabiel te bestempelen. Behalve in Irak en Afganistan zijn alle regimes al minstens 30 jaar aan de macht.

Er kan dus gesteld worden dat er een angst is voor de liberale democratie, bij het volk omdat ze vrezen hun cultuur te verliezen, bij de leiders omdat ze vrezen controle te verliezen. Ook de duale houding van de constituente groepen, zoals Hamas en de Muslim Brotherhood, die enerzijds opkomen tegen het Westen met hun verderfelijke waarden, en anderzijds streven naar machtsparticipatie (hetgeen de facto neerkomt op een introductie van een liberaal meerpartijensysteem, met het begin van een vrije markt) valt hiermee te verklaren.

Het voordeel voor Amerika van een onstabiel, vijandig Midden Oosten (Turkije wordt moeilijker lid van de EU, toegang tot olievooraden rond de Kaspische zee,...) is al voldoende besproken.

Jelmen Haaze

  • Comments(0)//syntra2.youngjournalists.com/#post6

Leren? Van de bloggers?

BloggersPosted by Syntra2 Sun, November 23, 2008 23:26:27

Het moge duidelijk zijn: “the medium matters”. Waarom anders, zou een blogger minder ernstig genomen worden dan een journalist die voor een krant werkt. Ik heb het nu niet over de familie-blogger die graag wat vakantieprentjes online zet. Maar wel over de steeds toenemende groep mensen die menen een boodschap te hebben, en vinden die op het internet te moeten zetten. Natuurlijk, van journalisten wordt verwacht dat ze hun bronnen checken en zelfs dubbel checken. Maar tijdsgebrek verhindert hen vaak dat te doen.

Ook moeten de reguliere media keuzes maken. Niet alles kan opgenomen worden in een journaal van 30 minuten. Dit “frustreert” vele mensen die hun passies er niet terugvinden. De massamedia zijn onpersoonlijk.

En dan begint men te bloggen.

Meer en meer informatie wordt zo het internet opgestuurd, en het internet wordt een bibliotheek die haar vermaarde voorganger in Alexandrië in het niets doet vervallen. We kunnen niet meer “alles gelezen hebben dat ooit geschreven is”, zoals Leonardo Da Vinci nog beweerde. We moeten keuzes maken. Het is nu aan de lezer om de informatie te verzamelen, samen te brengen, en te verifiëren, niet langer aan de journalist. Dit maakt het wel een stuk moeilijker.

Moeten we niet eerst leren over de bloggers, vooraleer we van hen kunnen leren?

Hoe herken je een ernstige bron? Of zoeken we gewoon bevestiging van onze eigen ideeën?

Langzaamaan wordt internet alomtegenwoordig. Binnenkort komt het ook via de televisie de huiskamer binnen. De grenzen met de reguliere media vervagen. Kranten, televisie en radio zijn al online. Als we ze nu allemaal via de televisie kunnen consulteren is het niet langer een keuze van het medium, maar is enkel de bron nog relevant. Moeten we onze jeugd hierop voorbereiden? Leren om te kunnen leren?


Jelmen Haaze

  • Comments(0)//syntra2.youngjournalists.com/#post5

Lezersforum

BloggersPosted by Syntra2 Fri, November 07, 2008 08:44:38

Reactie op:

Volgens Willaerts kan de journalistiek bijvoorbeeld van webloggers leren dat het belangrijk is om open te staan voor commentaar en van het commentaar te leren. Daarmee stipt ze een opmerkelijk verschil aan tussen veel media weblogs en media websites. Die geven bezoekers inmiddels wel de mogelijkheid om te reageren op nieuwsberichten. Maar de interactie tussen de bezoeker die een reactie achterlaat en de journalist blijft dan dikwijls achterwege.’

Mijn eigen kleine ervaring

Jan met de pet die voor de camera gesleurd zijn meninkje kwijt wil, kan mij niet boeien. Piet, Pol en Sus die bij elk gemediatiseerd evenement de behoefte voelen om naar de pen te grijpen, brengen zelden verrijkende invalshoeken aan. De trend van iedereen doet over alles zijn zeg is alomtegenwoordig.

Jammer genoeg lijken bepaalde media dit verschijnsel zeer genegen. Een tijd geleden verscheen op een Vlaamse nieuwssite een spectaculair bericht over de bevrijding van een groep minderjarigen uit een Roemeens bordeel. Nieuwsgierig surfte ik naar verschillende Roemeense nieuwssites op zoek naar meer details. Zonder enig resultaat. Echt nergens was sprake van dit nochtans sensationele voorval. Zeer beleefd postte ik een berichtje naar de nieuwssite met de vraag naar hun bronnen, aangezien de Roemeense pers geen gewag maakte van deze razzia. Mijn eenvoudige vraag is nooit beantwoord, mijn bericht is nooit verschenen op het forum, en werd dus naar mijn aanvoelen gecensureerd.

Scheldpartijen in schuttingtaal gericht aan de zogenaamde daders van kinderprostitutie - doorspekt met dt- en andere taalfouten - kregen daarentegen onder het artikel wel een vrij podium. De kritische lezer blijft op zijn honger zitten, maar Janneke en Mieke mogen hun meest basale reacties de vrije loop laten op die nieuwssite. Ik durf niet te denken wat de motieven (luiheid? incompetentie? lafheid? demagogie?) zijn van een redactie die deze werkwijze hanteert.

Annick DB

  • Comments(1)//syntra2.youngjournalists.com/#post3

lucifer-effect

AlgemeenPosted by Syntra2 Mon, September 29, 2008 13:50:04



Blog Image



Interview met Peter D’Hondt, politierechter in Dendermonde, afgenomen in Haaltert op 4 juni 2008

Weggezakt in het heerlijk krakende leer van een Chesterfield en omringd door tot aan het plafond reikende boekenkasten interview ik Peter D’Hondt in zijn Brits aandoende bibliotheek. Deze vaak in de media opgevoerde politierechter van Dendermonde verwacht zich de volgende ochtend aan een mini-rel in een bepaalde krant. Het merendeel van de door het gerecht uitgesproken alternatieve straffen wordt in de praktijk nooit uitgevoerd. De politierechters weigeren om die reden steeds meer om alternatieve straffen op te leggen.

In dit aangename kader gaan we het hebben over goed en kwaad, over de figuur Lucifer en het Lucifer-complex waaraan bepaalde mensen, ook perslui, soms lijden.

Zoals Peter D’Hondt meteen aangeeft, is het belangrijk ‘kwaad’ te definiëren. In de westerse wereld heerst er volgens onze christelijke traditie een vrij grote consensus over goed en kwaad. Geweld kunnen wij als kwaadaardig beschouwen, terwijl elders in de wereld mensen dit als een verzetsdaad bejubelen. Externe factoren spelen ongetwijfeld een rol in de perceptie van goed en kwaad in een samenleving. Een charismatische leider, een ideologie en xenofobie zijn maar enkele voorbeelden van factoren die opvattingen over het kwade kunnen beïnvloeden. Uiteindelijk gaat een individu in een bepaalde maatschappelijke context zelfs zover dat hij eigen wandaden niet meer als kwaad gaat aanvoelen. Adolf Eichmann is zo’n figuur. Hij lag tijdens het nazi-bewind aan de basis van de technische uitvoering van de Endlösung. Hij was overtuigd van de legitimiteit van zijn daden binnen de sociale context waarin hij ze pleegde. Eigenlijk was hij een zeer ordinaire man met huisje-tuintje-gezin. Hannah Arendt volgde het Eichmann-proces in Israël, nadat hij door de Israëlische geheime dienst uit Argentinië naar daar was ontvoerd. Zij verwachtte oog in oog te komen met een monster. Hij bleek – tot haar grote verbazing - een zeer doordeweekse man.

De transformatie van goed naar kwaad op grote schaal, door Zimbardo het Lucifer-effect genoemd, kunnen we ook op kleinere schaal, zelfs op individueel niveau waarnemen. We spreken dan over personen die zich bij wijze van spreken Gods gelijke voelen, boven de massa verheven, alwetend en alziend. Ik noem ze lijders aan het Lucifer-complex. Personen met een dergelijke persoonlijkheidsstructuur vinden we in alle beroepscategorieën terug, ook bij journalisten. Zij gaan dan soms zover zich boven de experts te stellen waarover ze berichten.

Als politierechter neemt Peter D’Hondt niet altijd populaire beslissingen. De perslui bestempelen ze soms als ‘kwaadaardig’. Journalisten schermen dan met termen als profileringsdrang, wereldvreemdheid en kortzichtigheid. Studies – recent nog één van de KULeuven – hebben aangetoond dat strenger strafrechtelijk optreden leidt tot een grotere objectieve en subjectieve veiligheid. Bovendien kan redelijkerwijze niemand er iets op tegen hebben dat er veiliger wegen zijn. De meerderheid van de Belgen vindt dat chauffeurs snelheidslimieten moeten respecteren, maar zelf durven ze wel eens vals te spelen. Mensen zijn geneigd zeer soepel om te springen met de begrippen van goed en kwaad, als het henzelf betreft. Uiteindelijk is hun verontwaardiging zeer selectief.

De rol van de pers hierin is aanzienlijk. Nieuws is maar nieuws als het is opgenomen in persoverzichten en als radio, televisie en kranten erover berichten. Bovendien is een feit geen nieuws als het niet in de pers aan bod komt. Het lijkt niet echt te zijn gebeurd en vormt dus geen probleem.

De journalist is in zijn berichtgeving niet los te koppelen van de context waarbinnen hij werkt. Binnen zijn persgroep staan er commerciële belangen op het spel. De journalist durft of kan niet altijd schrijven wat hij wil, omdat hij zijn publiek niet voor het hoofd wil stoten. Professor Luc Huyse stelde dat ‘politici zich te veel laten drijven door de wispelturigheden van het electoraat’. Een journalist zou zich ook wel eens kunnen laten gijzelen door kijkcijfers of de oplage van zijn medium.

Peter D’Hondt vertelt over een artikel dat midden in de zomer in volle komkommertijd verscheen. Het betrof een uitgebreid verslag over een vonnis waarbij hij een wagen, een BMW, met radarverklikker van een recidiverende chauffeur verbeurd had laten verklaren. Dit vonnis was ook in beroep bevestigd. De journalist wijdde er een uitgebreid artikel aan. Hij dichtte de politierechter heel wat verdiensten toe op het vlak van wegveiligheid. Tot hij in de laatste regels plots de verbeurdverklaring van de wagen als een overdreven straf bestempelt. De journalist speelt op de emoties door te melden dat de chauffeur de wagen nog aan het afbetalen was – wat geen argument is voor onveilig gedrag uiteraard.

Buiten onbekwaamheid, waarvan D’Hondt niet uitgaat, zou de herkenbaarheid van het verhaal voor de doorsneelezer van zijn krant de journalist ertoe kunnen aanzetten om deze positie in te nemen. Dit is een staaltje van selectieve verontwaardiging en een bewijs dat een journalist niet altijd in volle onafhankelijkheid kan werken.

D’Hondt is ervan overtuigd dat een bepaalde pers bijdraagt tot de verzuring van onze samenleving. Deze media zoomen in op ‘waar zit de overheid als er iets fout gaat?’, op het negativisme. Ze spelen meer op de persoon dan op de feiten.

Een andere uitwas van het Lucifer-complex is de alomtegenwoordigheid van opinies van mediamensen die in de pers over alles en nog wat hun zegje doen ten koste van gedegen, objectieve berichtgeving. Behalve correct nieuws te  vergaren meent Peter D’Hondt dat een journalist commentaar mag geven bij de feiten, voor zover die intellectueel eerlijk is. Vaak voeren politici een charmeoffensief tegenover perslui. Er ontstaat een wisselwerking tussen politiek en pers, en intellectuele beïnvloeding is niet uit de lucht gegrepen. Het netwerk van vrienden en kennissen kan de opinies van een journalist kleuren. De geschreven pers is het medium bij uitstek om opiniestukken te verspreiden. De lezer kiest bewust voor deze of gene krant, en neemt meestal de tijd om stukken te lezen. Televisie en radio zijn vluchtiger en dringen zich meer aan het publiek op. Uiteindelijk leest men de krant waarvan de strekking het meest strookt met zijn eigen opinies.

Sommige columnisten veroorloven het zich om publieke figuren in hun hemd te zetten. Onder het mom van satire durven ze mensen genadeloos te schofferen.

Peter D’Hondt is bijna een vast personage in de wekelijkse Bladspiegel van Koen Meulenaer in Knack. Met een kwinkslag geeft Peter D’Hondt te kennen dat hij een groot liefhebber van satire is, zeker als het over iemand anders gaat. Marc Reynebeau vindt hij een goede, correcte, zeer belezen columnist. Hij slaagt er in vlijmscherpe analyses te maken van politieke en andere feiten, die hij steeds in hun historische context plaatst. Reynebeau speelt meer op de feiten dan op personen, al durft hij links en rechts wel steekjes onder water te geven. Wanneer satire echter overgaat in schofferen, overschrijdt de auteur een zekere moraliteit als journalist. Peter D’Hondt wijst erop dat dit de zwakke kantjes zijn van de persvrijheid. Als verkoopcijfers domineren, doet men soms ‘n’importe quoi’. Voor de betrokkene is het niet aangenaam om geschoffeerd te worden, maar vaak zijn het de familieleden die er meer onder lijden. D’Hondt vraagt zich af wat de maatschappelijke relevantie is van rubrieken zoals Bladspiegel, buiten wat licht vertier, en meent dat de gemiddelde lezer niet altijd opgezet is met de behandelde onderwerpen en het gekozen taalgebruik.

Gevraagd naar de eigenschappen van een goede journalist geeft Peter D’Hondt een vrij lange waslijst op. Een goede journalist stelt de juiste vragen met maatschappelijke relevantie. Hij bereidt zich voor op een interview en spreekt met kennis van zaken. Al te vaak merkt D’Hondt dat gerechtsverslaggevers onvoldoende op de hoogte zijn van het functioneren van het gerecht. In een redactie zou het nuttig zijn om over een jurist te beschikken met praktijkervaring, bijvoorbeeld, aan de balie. Daarnaast dient een journalist een correcte weerspiegeling te geven van feiten of van uitspraken tijdens een interview. Commentaar mag, zelfs negatieve, voor zover feiten en woorden in de juiste context worden geplaatst en geduid. Peter D’Hondt betreurt dat de pers steeds meer de waarheid geweld aandoet ten voordele van de sensatie. Al te vaak gaan journalisten op zoek naar straffe oneliners, naar krasse uitspraken, zonder de achtergrond van een onderwerp voldoende te belichten.

De dag na het interview bloklettert Het Laatste Nieuws de quote van politierechter D’Hondt: “Er komt toch niets van in huis”. Het is de titel boven een artikel over de politierechters die steeds minder alternatieve werkstraffen uitspreken.

Annick De Beule

PS Ik zou ook graag jullie interviews lezen!!

  • Comments(1)//syntra2.youngjournalists.com/#post0